Nieuw-Zeeland heeft een paar vreemde vogels die niet kunnen vliegen. De kiwi is waarschijnlijk de bekendste, maar lang niet de enige zonder vleugels.
Veel van deze vogels hebben wel een kleine begin van een vleugel. Zij kunnen zich echter niet door de lucht bewegen. Met deze handicap is het moeilijk overleven.
De kiwi is met de komst van de
Maori, meer dan zevenhonderd jaar geleden, en later de Europeanen van twaalf miljoen teruggedrongen naar 70.000. De moa, die sterk op de bekende uitgestorven dodo leek en überhaupt geen vleugelgroei vertoonde, is al sinds
1500 uitgestorven.
Dat dacht men ook lange tijd van de vleugelloze taheke. Tot in 1948 een kleine kolonie werd gespot in
Fiordland. De met uitsterven bedreigde kokako heeft wel vleugels maar is absoluut geen vliegkampioen. Hulpeloos fladderend begeeft hij zich van boom tot boom. En dan zijn er natuurlijk de pinguïns, waarvan de vleugels slechts als zwemvliezen fungeren.
Het spotten van al deze rondwaggelende verenbollen is een ware
sport geworden. Speciale kiwi spottours gaan ’s nachts op zoek naar de nachtvogel. De kokako kun je zien rondhoppen in de bossen van het Noordereiland en in het
Mount Bruce National Wildlife Centre. Pinguins spot je in het
Catlins Forest Park op het Zuidereiland.
Bekijk hier het filmpje van de dappere vliegpogingen van de Kokako.