Nederlanders in Nieuw-Zeeland

Nederlanders in Nieuw-Zeeland

door Getaway Travel

Nieuw-Zeeland is het land van de migranten en na de Britten, vormen de Nederlanders de grootste groep blanken, ofwel Paheka's . Maar hoe komt het toch dat al die Nederlanders 20.000 kilometer verderop gingen wonen en wie waren die kolonisten die huis en haard opofferden voor een totaal onbekende bestemming?

De Nederlander Abel Tasman was (in 1642) de eerste Europeaan die Nieuw-Zeeland ooit bezocht. De eerste kleine groepjes Nederlandse kolonisten volgden zijn route in 1840, maar het duurde tot 1945 voordat Nieuw-Zeeland echt een populaire migratie bestemming werd. Het naoorlogse klimaat met de slechte economie, hoge werkloosheid en verschrikkelijke huizennood, maakten emigreren een aantrekkelijke optie. Daarnaast werd het 'vertrek voor altijd' ook door de Nederlandse overheid gestimuleerd. Met de babyboom was de bevolking explosief gegroeid en de overheid vreesde voor ruimte en werk.

In 1952 zegt minister Suurhof van sociale zaken en volkgezondheid hierover: 'Het is zeker zo dat de regering het vertrek van de emigranten met gemengde gevoelens aanziet. Het zijn waardevolle staatsburgers, die ons land op deze wijze ziet vertrekken. Anderzijds is daar zowel de economische en ruimtelijke noodzaak, omdat in ons land de mogelijkheden ontbreken, deze tienduizenden landgenoten in het arbeidsproces op te nemen.'

Met de Nieuw-Zeelandse overheid werd een regeling getroffen, waardoor Nederlanders makkelijk een overtocht konden regelen. Zo vroeg Wellington in 1950 aan Den Haag 2000 opgeleide migranten, voor de opbouw van het land. Vooral timmermannen, handwerkers en boeren stonden hoog op het verlanglijstje. Er waren genoeg belangstellenden en er was dan ook een strenge selectieprocedure voor gesubsidieerde migranten.

De deuren stonden ook open voor Nederlanders die hun eigen overtocht wilden betalen. De enige voorwaarde was dat ze zelf een huis en werk moesten regelen. In de meest extreme gevallen werden daarom zelfs geprefabriceerde huizen op de boten geladen. Inmiddels waren ook ruim 500 Nederlandse kolonisten en oud-soldaten vanuit Nederlands-Indië naar Nieuw-Zeeland vertrokken. Met het opkomende nationalisme in Indonesië was Nieuw-Zeeland een aantrekkelijke optie. Toch was het niet voor iedereen makkelijk om het land binnen te komen: Nieuw-Zeeland had een 'white only' beleid en dat telde zelfs voor mensen met één Javaanse overgrootmoeder.

De migranten uit de jaren vijftig waren hoofdzakelijk alleenstaande mannen van in de twintig. Ze behoorden tot de middenklasse en tweederde kwam uit de Randstad. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht had maar een kleine groep een boeren achtergrond. De meeste mannen hadden bij aankomst in Nieuw-Zeeland geen cent te makken. Al het geld was naar de overtocht gegaan. Later volgden ook hun partners en dat is ook het welbekende verhaal van de 'Bride Flight' in 1953.

Tegen 1968 waren bijna 24.000 Nederlanders voorgoed naar Nieuw-Zeeland afgereisd. Het hoogtepunt lag tussen 1951 en 1954 met 10.583 avonturiers. De nieuwe migranten moesten zich aanpassen aan de Brits georiënteerde samenleving. Bij aankomst moesten de Nederlanders vingerafdrukken geven en werden ze door het hele land verspreid, zodat ze geen groepjes konden vormen.

Daarnaast kregen de Nederlanders ook verschillende taken, zoals het aanleggen van wegen, treinsporen of andere bouwwerkzaamheden. Nederlanders werden vooral herkent door hun rare taaltje. Ze werden gezien als slimme en hard-werkende landopbouwers, die voor de kiwi's soms zelfs iets te hard werkten. De term 'the Industrious Dutchie' stamt uit die tijd, en behoort nog steeds tot het Nieuw-Zeelandse vocabulaire.

Het aanpassen ging vrij moeilijk. Hoewel de eerste kolonisten het land waardeerden om de vrijheid en de mogelijkheden, vonden de vrouwen het juist moeilijk om zo geïsoleerd te leven. Ze misten de Hollandse gezelligheid en er werden dan ook veel Nederlandse clubjes opgericht, die nog steeds populair zijn. Toch ruilden duizenden kolonisten hun nationaliteit om voor een Nieuw-Zeelandse en ruim tweederde van de Nederlanders is uiteindelijk in Nieuw-Zeeland blijven wonen. Tegenwoordig hebben ruim 100.000 Kiwi's Nederlands bloed.

Typisch Nederlands

Ons Dorp
Loop je door een buitenwijk van Auckland, sta je opeens in de oer-Hollandse Willem straat. Compleet met meer dan vijftig oud-Hollandse huisjes, met klompen voor de deur en delftsblauwe plantenbakken. Ons Dorp is een verzorgingstehuis voor Nederlandse emigranten. Hier vind je nog de oer-Hollandse gezelligheid: sjoelen, klaverjassen, klompendansen en met Koninginnedag een haring eten. Het kan hier allemaal.

De Molen
De toeristenattractie van het kleine dorpje Foxton op het Noordereiland is onwaarschijnlijk maar waar, een echt werkende korenmolen. Deze replica van een Nederlandse molen uit de 17de eeuw is in 2003 Nieuw-Zeelandse opgericht door twee Nederlanders als aandenken aan hun geboorteland. Bij de molen hoort ook een klein souvenirwinkeltje waar je naast meel ook speculaas, ontbijtkoek en stroopwafels kunt kopen.

Hollandse Kost
Je bent natuurlijk niet he-le-maal naar Nieuw-Zeeland gevlogen om je meteen te storten op speculaas, kroketten en haring. Maar mocht je na een tijdje reizen toch behoefte hebben aan bitterkoekjespudding, Maaslander, Unox erwtensoep of een glaasje Advokaat dan kun je in Auckland bij de winkels van The Windmill terecht. Alleen rondkijken geeft al een fijn gevoel!

Like deze pagina

Specialisten Nieuw-Zeeland

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Nieuw-Zeeland?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Nieuw-Zeeland kenner
Sponsors