Lekker weg in eigen land

Lekker weg in eigen land

door Brenda

Het allerfijnste aan wonen in Nieuw-Zeeland is natuurlijk het op vakantie gaan in eigen land. Op een paar uurtjes rijden afstand (of nog minder) heb je alles waar de vakantieganger maar van kan dromen: gouden stranden, blauwe zee, besneeuwde bergen, spiegelgladde meren, ongerepte wouden en daartussenin leuke dorpjes met goede cafés om te stoppen voor een kopje koffie of lunch. Alles waar jullie in Nederland van dromen en lang voor moeten sparen ligt hier binnen handbereik.

Na 10 maanden hard werken in onze hostel was nu onze tijd aangebroken: we gingen op vakantie! We hadden 9 dagen de tijd en besloten het noordelijke deel van het Zuider-Eiland te gaan verkennen. Het drukke toeristenseizoen was achter de rug, maar het weer was nog steeds mooi, dus wat ons betreft was het de perfecte tijd van het jaar om rond te reizen.

Onze reis begon met de lange autorit van Hanmer Springs naar de Marlborough Sounds, in het noordoosten van het Zuidereiland. Veel toeristen kennen dit gebied alleen van de bootovertocht van Wellington op het Noordereiland naar Picton op het Zuider-Eiland, maar dit mooie gebied is een langduriger bezoekje zeker waard.

Het gebied is eigenlijk een ondergelopen berggebied. De steile bergkammen en pieken steken nog steeds boven het water uit, maar de valleien zijn ondergelopen en vormen een wirwar van prachtige blauwe fjorden, hier sounds genoemd. Het handigste vervoermiddel hier is dan ook een boot.

Wij hadden een tamelijk afgelegen accommodatie geboekt en vandaar uit maakten we mooie wandelingen en begaven we ons ook op het water met de kajaks die de accommodatie verhuurde. We moesten namelijk even een beetje oefenen voor een kajaktocht die we voor later in de vakantie geboekt hadden.

Ik had de slag al snel te pakken en begon het steeds leuker te vinden, tot mijn enthousiasme ietwat getemperd werd door enorme scholen kwallen die in het glasheldere water dreven. Vanaf dat moment begon ik alleen maar te hopen dat ik niet om de een of andere reden uit mijn boot zou hoeven.

Gelukkig kwamen we droog en kwallenbeetvrij weer aan wal en konden we 's avonds onze spieren laten ontspannen in de spapool in de tuin, terwijl we naar de sterren tuurden.

De volgende dag reden we naar Nelson, een leuk, ontspannen stadje aan de Tasman Bay.
We bleven hier maar een nachtje, om vervolgens nog verder noordelijk te gaan, richting Golden Bay. Deze romantische naam doet het heden ten dagen goed bij de toeristen, waarschijnlijk beter dan de originele naam, die de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman gaf aan deze prachtige baai. Hij noemde het Moordenaarsbaai, nadat hij een aantal bemanningsleden was verloren door een akkefietje met de Maori.

In Golden Bay verbleven we in het hippe dorpje Takaka. Hier maakten we een paar mooie en interessante wandelingen, onder andere naar de zuiverste zoetwaterbron ter wereld (inderdaad, kristalhelder!). Ze claimen zelfs dat dit water helderder en zuiverder is dan het water wat men gevonden heeft onder de Ross IJskap op Antarctica.

Ook beklommen we nog Takaka Hill, wat de oudste gesteenten van Nieuw-Zeeland zou bevatten. Blijkbaar zijn ze in Takaka dol op records...

Vanaf Takaka reden we weer zuidwaarts naar een van de beroemdste Nationale Parken van Nieuw-Zeeland; het Abel Tasman National Park. Dit gebied is erg geliefd bij trekkers en kajakkers vanwege zijn gouden stranden, kristalheldere, blauwgroene zee, beschutte baaien en dat allemaal tegen een achtergrond van steile, donkergroene bergen.

Wij hadden ons ingeschreven voor een kajaktocht en 's ochtends vroeg togen we met onze gids en 6 groepsgenoten naar het strand. Na een korte tocht met de watertaxi werden we met de kajaks afgezet op een prachtig, verlaten strandje en mochten we beginnen met peddelen.

De tocht die we geboekt hadden had de veelbelovende naam Seals and Lagoons (zeehonden en lagunes) en het duurde inderdaad niet lang voor de eerste zeehond zijn neus (en de rest) liet zien. Korte tijd daarna nam onze gids ons mee naar een zeer beschutte, ondiepe baai.

We peddelden allemaal de baai in, tussen de rotsen door en waren ineens omgeven door jonge zeehonden. Deze plek was de zogenaamde kinderopvang voor zeehondjes en ze speelden, dartelden en ruzieden hier naar hartelust.

Ze vonden ons kajakkers ook heel interessant en waren absoluut niet bang. Ze probeerden naar onze peddels te happen, stootten tegen en hapten naar onze ellebogen en uiteindelijk kropen de dapperste zeehondjes zelfs op onze boten., alsof ze een lift van ons wilden naar verre oorden. Het was een geweldige ervaring om zo dicht bij deze speelse, vertederende dieren te kunnen komen!

Met moeite namen we afscheid van deze baai en peddelden we verder. Het was een prachtige tocht en later op de middag, kort na lunch werden we op nog meer wildlife getrakteerd. Deze keer zwommen er enkele flinke pijlstaartroggen rondom onze boten. Je weet wel, zo'n dier dat de oorzaak was van de voortijdige dood van de Crocodile Hunter. In het ondiepe water was goed te zien hoe groot en gracieus deze dieren zijn en ik besloot wederom dat ik ook hier niet wilde gaan zwemmen...

De dag erna namen we met pijn in ons hart afscheid van dit prachtige gebied en zetten we koers naar de westkust. Onze bestemming was Karamea, een onooglijk klein plaatsje in het noorden van de westkust. Hemelsbreed (of zoals ze hier zeggen: zoals de kraai vliegt) is het slechts een ruime 100km van het Abel Tasman Park tot Karamea, maar er ligt een ruig, ontoegankelijk natuurgebied tussen, wat bovendien ook een Nationaal Park is, dus zijn er geen wegen.

Maar Karamea maakte de honderden kilometers omrijden meer dan goed. Het ligt ingeklemd tussen de wilde Tasmanzee en het prachtige Nationale Park Kahurangi. En om dit park was het ons te doen.

We hadden een tocht geboekt met een gids naar het beroemde Oparara Basin, wat een karstgebied is en we zouden hier een tocht doen in de Honeycomb caves. Onder de grond dus, deze keer!

De grotten waren de moeite meer dan waard. Hoewel ze misschien niet zo fraai waren als de beeldschone druipsteengrotten in Oost-Europa, dit grottenstelsel was prachtig gelegen in de groene jungle van Kahurangi en er waren diversen botten van Moa's te zien. De nu uitgestorven Moa is de grootste loopvogel die ooit geleefd heeft.

Vooral de vrouwtjes waren flink uit de kluiten gewassen en konden wel een hoogte bereiken van 2 meter en 300kg wegen.
Helaas vonden de Maori de Moa's nogal lekker, dus nu moeten we het doen met wat overgebleven botten.

Toen we weer uit de grotten kwamen en onze ogen weer gewend waren aan het daglicht maakten we nog een wandeling door het woud. Dat is echt onbeschrijfelijk. Je hebt het gevoel dat de dinosaurussen elk moment tussen de boomvarens door kunnen komen aanstormen. Het gevoel van onwerkelijkheid werd nog vergroot door de rivier die door dit helgroene woud stroomt.

Deze Oparara River is knaloranje van kleur door alle tannine die in het water terechtkomt van de begroeiing. Tannine is dezelfde stof die thee haar kleur geeft, dus eigenlijk keken we naar een hele rivier vol koude thee...

Een oranje rivier door een gifgroen woud, omzoomd door hagelwitte rotsen! Om het kleurenfestijn helemaal af te maken zagen we ook nog een zeer zeldzaam koppeltje blauwe eenden op de rivier.

Na dit grotten-avontuur zat onze vakantie er weer op en reden we via Lewis' Pass terug naar Hanmer Springs, waar we weer helemaal fris en uitgerust aan het winterseizoen kunnen beginnen. We zijn er klaar voor, laat de sneeuw maar komen!

Like deze pagina

Specialisten Nieuw-Zeeland

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Nieuw-Zeeland?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Nieuw-Zeeland kenner
Sponsors