Reisverhaal: Kiwi Adventures
Like ons op Facebook

Reisverhaal: Kiwi Adventures

door Liesbeth & Stefan

Boulderen, fietsen en wandelen in Canterbury back country (oktober 2004)

Christchurch, zondag 10 oktober 2004

Vanaf de campground rijden we naar het Antarctic center, een soort Zuidpoolmuseum, vlakbij 't vliegveld van Christchurch. Het blijkt een leuke bezienswaardigheid te zijn. We rijden een aangelegd parcours met een Hägglund, een soort rupsvoertuig voor op de zuidpool, dat moeiteloos steile hellingen opracet, gletsjerspleten overbrugt en door diepe poelen met water rijdt.

Binnen zitten we een "echte" poolstorm uit. Een halve minuut is lang genoeg. Brr. Daarna vertrekken we richting Arhur's pass. Ons doel voor vandaag is het Castle Hill basin. Volgens het internet ligt daar hét bouldergebied van het zuidelijke halfrond. We hebben besloten eens een kijkje te nemen, de crashpad is niet voor niets mee gereisd naar deze kant van de wereld.

Dit wordt onze eerste kennismaking met het achterland, we zijn enkele dagen geleden aangekomen. We zijn hier voor 8 weken, om eens goed te genieten van het zuideiland van Nieuw-Zeeland.

De maand oktober is qua weer en klimaat vergelijkbaar met april bij ons. Als we vertrekken is het koud en het miezert. Onder een loodgrijze lucht met laaghangende bewolking rijden we de camper de bebouwde kom van Christchurch uit. We rijden op een soort provinciale weg waar je 100 km. mag. Snelwegen zoals wij die kennen heb je hier nauwelijks.

De overgang naar het platteland is vrij abrupt, en al na een paar minuten rijden we tussen uitgestrekte akkers met grote sproei-installaties. Dit zijn de Canterbury plaines, een gebied waar in de jaren 50 veel Nederlanders heen zijn geëmigreerd om een boerenbedrijf op te zetten.

Na ongeveer een uurtje rijden en twee kleine dorpjes verder houdt de akkerbouw op en komen we in een breed rivierdal tussen de eerste uitlopers van de zuidelijke alpen. Het is niet te geloven hoe leeg het landschap hier is. Er valt geen huis te bekennen. De laatste wegkruising ligt vele kilometers achter ons.

De weg stijgt en we rijden de laaghangende bewolking in. Na het hoogste punt, Porter's pass, gaat het steil naar beneden en al snel verdwijnt de mist weer. We bevinden ons in een uitgestrekt berggebied. Er ligt nog veel sneeuw.

Het skigebied in dit dal is vorige week pas dicht gegaan. Deze landschappen kennen we al een beetje van de "Lord of the Rings"-films. Mijn eerdere idee wordt bevestigd. Het heeft veel weg van Schotland, alleen hier heb je "echte" bergen (sorry Schotlandgangers).

Wanneer we bij Castle Hill komen, blijkt de topo (klimgidsje) gelijk te hebben. Het is inderdaad niet te missen. We parkeren langs de weg en kijken onze ogen uit. Het is net alsof een reus aan het knikkeren is geweest en vergat zijn speelgoed op te ruimen. Het feit dat er hier bijna geen bomen staan, versterkt het effect.

Her en der liggen rotsblokken, in allerlei soorten en maten. Ze variëren qua grootte van keien tot complete rotsmassieven tot ongeveer 40 meter hoog. We lopen een beetje rond in dit uitgestrekte gebied. De topo blijkt erg compleet te zijn. Ze gebruikt een satellietfoto van het gebied als overzicht, dat onderverdeeld is in vierkante kwadranten.

Elk kwadrant heeft een getekende plattegrond met daarin alle rotsen en hun boulderroutes. In tegenstelling tot Fontainebleau zijn er hier geen gekleurde circuits met nummers en pijlen. Met kompas en de plattegrond in de hand moet je de rotsblokken uitzoeken.

We maken wat foto's en proberen wat uit, maar het weer ziet er dreigend uit en het is koud. Bovendien is het al laat en staan we, voor zover we weten, niet echt in de buurt van een campground. We besluiten wat verder te rijden om een overnachtingsplaats op te zoeken. Na een tijdje komen we langs Castle Hill village. Dit dorpje ligt er verlaten bij aangezien het skiseizoen geëindigd is.

Nog een stukje verder ligt het Craigieburn forest park. Hier is picnic ground waar je gratis mag kamperen. Om er te komen nemen we een onverharde afslag van de hoofdweg naar Arthur's pass, rijden door een beekje en komen bij de kampeerveldjes. Er is zelfs een WC; een plank boven een put waar een cirkel uitgezaagd is.

Het is weekend maar toch zijn we de enigen. Wat een rust, dit soort plekjes is het neusje van de zalm, besluiten we. 's Avonds merken we voor het eerst op hoe donker het hier eigenlijk is. We eten spaghetti.

Craigieburn forest park, maandag 11 oktober 2004

We zijn vroeg wakker. Het blijkt dat we bijna door de watervoorraad van de camper heen zijn. De volgende keer dat we op zo'n plek als deze overnachten moeten we ons wat beter voorbereiden. Als we terug zijn in de bewoonde wereld zullen we een noodvoorraadje water aanleggen. Aan het WC hutje is een pamflet geplakt met wandelingen en fietsroutes hier in de buurt.

Er staat één uur voor een fietstochtje naar Lyndon saddle. Dat ziet er leuk uit, niet te lang, niet te ver. Maar voor we vertrekken hebben we een close encounter met een Kea (een bergpapegaai). We gaan net op weg als we zien dat deze vogel naar het dak van de camper vliegt. Daarop besluiten we voor de zekerheid de ventilatieroosters bovenop de camper toch maar af te sluiten.

Een wijs besluit; later komen we erachter dat Kea's heel goed in staat zijn deze roosters open te slopen om bij eten te komen… Als we weg fietsen is het nog steeds bewolkt en behoorlijk vochtig. Mijn hoogtemeter geeft 870 meter aan.

We nemen een paadje dat door een dichtbegroeid bos gaat. De begroeiing is niet tropisch, maar ziet er wel onbekend uit. Nieuw-Zeeland kent nogal wat bomen en struiken die alleen daar voorkomen. Er hangt grijsgroen mos van de takken.

Het paadje is een echt paadje, en gaat al snel steil omhoog. Geschikt om te wandelen en te mountainbiken - als je een pro bent. Al snel moeten wij, onervaren vlakkelandsfietsers, van de fiets. Het is inmiddels weer eens mistig, en het bos waardoor we stijgen wordt steeds vochtiger. Het pad wordt nog steiler en smaller; na een zigzag loopt het boven een gravel slope van ongeveer 45 graden langs. Ik verbaas me erover dat je hier moet kunnen fietsen.

Dit blijkt serieuzer te zijn dan we hadden gedacht. Het gevoel dat we helemaal op ons zelf zijn aangewezen is sterk. Gisterenmiddag hebben we voor het laatst iemand gezien. Uiteindelijk bereiken we Lyndon saddle, op 1.210 meter. Uitzicht is er nauwelijks want we zitten nog steeds midden in het bos. Het stikt hier van de vogeltjes, die zingen en geluid maken alsof ze met z'n honderden zijn… maar ze hebben zich goed verstopt want we zien er niet één.

Na een paar foto's merken we dat hier eigenlijk wel koud is en we beginnen we aan de afdaling. Nu wel op de fiets. We testen de remmen wat, en het gaat goed. Voorzichtig hobbelen we naar beneden. Na een paar sneeuwresten wordt het pad steiler. Ik heb nog niet door dat ik m'n zadel kan verlagen, en dat maakt de afdaling lastig.

Als het steil naar beneden gaat, kan ik moeilijk m'n gewicht op het zadel houden, wat nodig is om te voorkomen dat mijn achterwiel wegslipt. Liesbeth heeft hier minder last van. Ze crosst vooruit en verdwijnt al snel uit m'n zicht. Wanneer er steeds meer boomwortels kriskras over het pad lopen, die ook nog eens nat zijn, vind ik het welletjes. Ik stap af en ga lopen. Niet veel later eindigt het steile paadje op een brede landweg.

We zijn goed uitgekomen, deze weg komt langs de picnic ground waar onze camper staat. De wolken breken en in een lekker warm zonnetje rijden we samen terug. De weg daalt geleidelijk, we maken lekker vaart en al snel racen naar beneden; een verademing na de ingespannen afdaling over het paadje. Als we terug zijn bij de camper, zeggen we deze unieke plek gedag en rijden we terug richting Christchurch. Aangezien het weer nu lekker is, stoppen we bij Castle Hill. Het ziet er nu een stuk vriendelijker uit.

Het uitzicht is prachtig en op de bergen om ons heen ligt veel sneeuw. Te oordelen naar de geparkeerde auto's is er naast ons nog een handjevol bezoekers, maar we komen geen andere klimmers tegen. Je kunt hier namelijk ook mooi wandelen. Ik neem de crashpad op m'n rug en we fietsen naar een grasvlakte tussen de rotsen. Daar laten we ze achter. Liesbeth gaat de omgeving verkennen terwijl ik met het gidsje in de hand wat boulders uitprobeer.

De rots lijkt een soort zandsteen te zijn, die regelmatig 'vervelt'. Er zijn breukzones te zien waar grote schilfers van de rots afgesprongen zijn. Het ziet er bizar uit.

Later kom ik erachter dat dit effect hoort bij deze rotsen, en wordt veroorzaakt door vochtigheid en temperatuurverschillen; maar aanvankelijk denk ik dat deze beschadigingen door het boulderen komen. Ik ga dan ook voorzichtig aan de slag. Voor het waarderen van de boulders is de Hueco scale gebruikt, aangevuld met VE en VM, twee extra graden onder V0.

Er is voor ieder wat wils, je hoeft geen topklimmer te zijn om hier uit de voeten te kunnen. Naar goed gebruik controleer ik elke keer of ik gemakkelijk weer van een rotsblok af kan lopen of klimmen en of de afsprong OK is (het terrein is niet overal vlak). Al snel leer ik (en met mij m'n klimtenue) een nieuwe les namelijk dat het hier belangrijk is boulders uit te zoeken die vrij zijn van stekelbosjes. Er groeit hier een soort duindoorn, die zo scherp is dat-ie bijna overal doorheen prikt… bepaald geen pijnloze landing, dus.

Er blijkt van alles wat te zijn, plaatjes, daken, schoorstenen, spleten, wandjes met mantle moves etc. Ik probeer een paar leuke plaatboulders naast elkaar, met steeds kleinere kommetjes als grepen en treden. Als Liesbeth weer terug is proberen we samen een paar mooie piazroutes uit. Ook deze blijken "reine genüssboulder" te zijn. Voor we het door hebben is het alweer 16:00 uur. We hebben nog maar een fractie gezien van wat er hier te doen is en besluiten hier deze vakantie zeker nog terug te keren.

Like deze pagina

Specialisten Nieuw-Zeeland

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Nieuw-Zeeland?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Nieuw-Zeeland kenner
Sponsors